Haring bij de vleet | Een ode aan vervlogen tijden
Haringvisserij was een belangrijke pijler in de Nederlandse handelsgeschiedenis. Het werktenue was een (meestal door hun vrouw) gebreide visserstrui van wol die altijd blauw geverfd werd. Een trui werd jarenlang dag en nacht gedragen en steeds versteld om uiteindelijk als poetslap te eindigen. Aan de ingebreide patronen was de afkomst van de visser te herkennen. Elk vissersdorp had zo z’n eigen unieke kostuum. De ingebreide patronen hadden betekenis in het dagelijkse leven van de vissers en hadden betrekking op het weer, het geloof, de zee en natuurlijk ook op een goede vangst en behouden vaart.
Halverwege de 20e eeuw verdween de traditionele visserstrui. Door de toenemende welvaart en uitvindingen van andere materialen, zoals nylon en andere plastics, werd kleding ingekocht in plaats van zelf te maken.
Edith Madou heeft een eigen interpretatie van een visserstrui gebreid. De door haar toegepaste techniek is op traditionele wijze rondbreien zonder naden. Zoals de originele truien heeft ook deze trui relatief korte smalle mouwen en is voorzien van een aantal ingebreide betekenisvolle patronen.